Leerdoelen

Na afronding van deze module heb je het volgende geleerd:

Je weet…

  • het verschil tussen absoluut en relatief onderpresteren;
  • het belang van het voorkomen van onderpresteren;
  • waarom het belangrijk is om tot echt leren te komen;
  • onder welke condities ‘leren in flow’ mogelijk is.

Je kunt…

  • aangeven welke typen (hoog)begaafde leerlingen het meeste risico lopen tot ‘drop-out’;
  • aangeven met welke richtlijnen voor compacten ingespeeld wordt op een snel leervermogen;
  • voor jezelf nagaan of al jouw leerlingen onder flow-condities tot leren kunnen komen.

Je hebt als je de praktische opdrachten (lichtroze) ook maakt…

  • één aanpassing doorgevoerd in jouw praktijk om onderpresteren te herkennen en/of tegen te gaan;
  • één aanpassing doorgevoerd in jouw praktijk om echt leren bij begaafde leerlingen te bevorderen.